Na de flitsende seizoensstart stond de uitwedstrijd tegen A.S.C uit Alphen aan den Rijn op het programma. Op papier had ASV de betere kansen; We traden immers met de basisopstelling op en op de lagere borden zou het ratingoverwicht de doorslag moeten geven.
De heenreis liep bijna op rolletjes dankzij de pragmatische moeder van Fleur. Fleur, nog in de roes van haar verjaardag, had het verkeerde vertrek tijdstip in haar systeem opgeslagen. “Geen probleem, ik breng Fleur rechtstreeks naar Alphen.”, sprak de moeder van Fleur. Daarnaast moest Ornett zijn gespierde torso aanspreken om de deuren van de vertrekkende trein open te houden voor de wat mindervalide Arnhemmers die het strakke reisschema niet konden bijbenen. Gelukkig haalden zij allen de overstap op Utrecht Centraal.
Eenmaal in Alphen aan den Rijn aangekomen bracht Bus 169 ons op de plaats van bestemming. Wisten jullie trouwens dat 169 de som is van zeven opeenvolgende priemgetallen: 13+17+19+23+29+31+37? Maar dit geheel terzijde. In eerste instantie twijfelden de ASV-ers of zij wel op de juiste locatie waren aangekomen. Het was immers angstvallig stil op de Troubadourweg. Om 12.40u werden de poorten van de Heilige Thomas Parochie geopend en betraden daarna de gastgevers druppelsgewijs de arena. Als eerste was dat arbiter Martin van Gils die de honneurs van de wedstrijdleiding voor zijn rekening nam. Inmiddels was ook de enige automobilist van ASV gearriveerd die heel attent een presentje voor de jarige Fleur had meegenomen. “Je mag wel pas morgen het doosje openen!”, waarschuwde grand maître Léon. Nu waren we allemaal nieuwsgierig wat er in het doosje zat: Pandora’s Box, alcoholhoudende pralines, een pen met onzichtbare inkt? Klokslag 13.00u werden de klokken in werking gezet en kon de strijd beginnen. ASV-2 had een simpele missie: Op de eerste borden het evenwicht handhaven 2-2 en op de slotborden 2,5 of 3 punten scoren. Dit is natuurlijk gemakkelijker opgeschreven dan in werkelijkheid gedaan.
De match werd geopend op bord 8 waar Léon van Tol (8,z) tot zijn eigen verbazing moest plaatsnemen. “Dan win ik in de eerste ronde en moet ik voor straf naar bord 8” sputterde Léon nog tegen. Fleur had echter moverende redenen om de meester van de Crème Passionelle op dit belangrijk bord te plaatsen.
Een snelle overwinning zou een motiverende werking hebben op de overige zeven spelers. En zo geschiedde. Hier volgt de partijbeschrijving van Léon:
”In mijn partij probeerde mijn tegenstander snel uit de gebaande paden te komen. Ik bood een pionoffer aan dat hij weigerde, waarna ik het initiatief overnam. Ik koos na 45 minuten voor een complexe tweesnijdende stelling met veel rekenwerk. Hij koos niet voor de beste variant en toen hij een pion ging verliezen, met een tweede op korte termijn daarna besloot hij een stuk te offeren. Het tegenspel wist ik met een aantal nauwkeurige zetten te neutraliseren en toen hij minimaal nog een kwaliteit zou verliezen gaf hij op.”
De aanvalsdrift van Job Bernards (5,w) werd door Clement van de Laar in de kiem gesmoord en de partij dreigde in remise te verzanden. Na 26 zetten zag Job echter een prachtige combinatie.

27.Txf5??!
Het uitroepteken staat voor de creativiteit en de moed van het offer. De vraagtekens staan voor de correctheid van het offer.
Na 27…Lxe2 speelde Job het fraaie 28.Tg5. Er zit helaas een groot gat in deze combinatie. Tegenstander Clemens keek een zet dieper en vond het ontnuchterende 28…Tf8!, waarna de stukken weer terug in de doos konden. Dit was zuur voor Job.
Op bord 6 speelde Ivo Stork (6,z) tegen Wouter Dambrink. Hier zijn partijomschrijving:
Mijn tegenstander opende met wit solide, ik probeerde het mogelijk venijn snel te neutraliseren hetgeen lukte. Toen was het aan mij om de witte koningsstelling aan te vallen. Dat bouwde ik aardig op en ik dacht in het voordeel te komen. Het motief was Lxh2, toen ik het kon uitvoeren dacht ik dat ik het anders moest doen zonder stukoffer. Veel teamgenoten hadden wel gezien wat ik had moeten spelen, gewoon een stuk offeren op h2, gevolgd door Dh4+ en Te6 (gemist door mij), met daarna Th6 en matdreigingen. Bij nauwkeurige verdediging van wit had dit tot remise door eeuwig schaak moeten leiden. Helaas, ik koos een totaal verkeerde zetvolgorde hetgeen me een pion en ook de stelling kostte. Mijn tegenstander bouwde zijn voordeel nauwkeurig uit. In het vervolg had ik het mijn tegenstander misschien moeilijker kunnen maken, maar daar zaten wat computervarianten bij. Stom genoeg gaf ik ook nog op in een stelling waar wit nog aardig wat moest bewijzen. Ook die kans gemist, kortom, verdiende nederlaag.

Dit is de eerder door Ivo genoemde situatie. Wit heeft zojuist 20.Lxe4 gespeeld. Ivo kon nu met een goed getimed 20…Lxh2+ het initiatief grijpen.
Teamcaptain Fleur Westerhof (7,w) speelde een uitstekende strategische partij tegen Twan Kastelijn. Zij volgden 16 zetten de partij Vachier-Lagrave – Firouzja Bengaluru (Ind) 2026 waarna het nieuwtje 16…b6 van Twan geen verbetering bleek te zijn. Vanaf dat moment controleerde Fleur de partij. Langzaam maar zeker werd afgewikkeld naar een gewonnen dubbeltoren-eindspel.

Hierboven zien jullie de stelling na 44…Td2. Fleur gaf na de partij aan dat 45.Tf1 direct winnend was. Welke hogere machten in het spel waren in de Thomas Parochie is ons onduidelijk maar Fleur speelde 45.Kf4? waarna alle voordeel als sneeuw voor de zon verdween. Fleur probeerde het nog maar Twan keepte de partij naar remise. Dit was zuur voor Fleur.
Wat zit er in het doosje van Leon: Vertrouwen, Hoop, Concentratie, Doorzettingsvermogen?
En zo stond ASV op de slotborden met 2½-1½ achter. Welke topborden konden dat gat dichten?
Peter Boel (4,w) speelde tot ieders verbazing 1. Pf3, 2.e3 en 3.b3 (Patent Nakamura) en tegenstander Wouter Hennink koos de Reversed Kings Indian Attack als antwoord. Hieronder vat Peter de partij samen:
“Rustige opening, ik had wat meer ruimte en probeerde druk te ontwikkelen maar het was moeilijk. Mijn tegenstander begon met zwart een tegenactie op de koningsvleugel die ik onderschatte. Toen ik eenmaal op de damevleugel doorbrak was het helemaal mis op de koningsvleugel en ik ging ten onder in een matnet.”
De tussenstand werd hiermee 3½-1½ met nog drie onduidelijke partijen te gaan.
De partij op bord 4 tussen Sander de Groot en Sjoerd van Roosmalen (4,z) volgde ik met meer dan gemiddelde aandacht. Zij speelden een rasechte Hedgehog. Een opening die ik de avond van tevoren nog extra had bekeken. Beide spelers kenden hun pappenheimers en het was een genot om de verschillende strategische plannen op het bord te zien verschijnen.

Na de opmars 21…b5, de Egel begint zijn stekels te gebruiken, lanceerde zwart een gevaarlijke aanval op de witte koning. Sjoerd stond inmiddels zo goed dat hij zich de blunder 29…Ld5 kon permitteren. Maar naarmate de partij vorderde nam het zwarte voordeel af. Sjoerd rechtte nogmaals zijn rug en bleef drukken.

Na de zet 48.Kg2 ontstond nevenstaande stelling.
Elke kiebitzer had het gevoel dat wit mat moest gaan. Dit was ook zo, maar o zo moeilijk om te vinden. Het siliconen monster gaf de doorslag: Er was een mataanval. Kunt u het mat vinden?
Het valt Sjoerd niet te verwijten dat hij het niet vond. Zo ontsnapte wit met een blauw oog.
Tussenstand 4-2.
Konden we nog een gelijkspel eruit halen? Nee, zeker niet.

Zowel Tom Bus(2,z) als Ornett Stork stonden slecht tot verloren. Tom offerde een kwaliteit zonder compensatie en Ornett offerde een pion met evenveel compensatie als Tom. In het vierde uur kan echter nog veel gebeuren. Tom keept al een poosje een verloren stelling en in nevenstaande stelling speelt tegenstander Paul de Vries het voorzichtige 48.Tb1 (Aangewezen is 48.b4!).
Dit was het moment voor Tom om terug in de partij te komen.

Een poosje later kwam de volgende stelling op het bord.
Wit heeft zojuist 59.a6 gespeeld en ik (Tom) voelde dat dit het cruciale moment was. Ik miste echter de zelfbeheersing om van mijn resterende 4.45min. kostbare tijd te investeren in het winnende plan. Winnend is 59…Lb2! 60.Ta2 en dan pas Lc3+. Ik speelde het gehaaste en verliezende 59…Lc3+?? Tegenstander de Vries offerde de kwaliteit terug en wikkelde gedegen af naar de volgende stelling.

Ik heb zojuist 62…La8 gespeeld en was hoopvol gestemd over de uitkomst van de partij.
Na mijn zet stond tegenstander Paul, met nog een negental minuten op de klok, en verliet het bord. De spanning was natuurlijk erg hoog en dan kan een sigaretje voor verlichting zorgen.
Na een zevental minuten kwam Paul terug. Keek even naar het bord en speelde 63.f4! met een remiseaanbod.
Ik had inmiddels gezien dat wit gewonnen stond. Na 63.g4!! hxg3 64.h4 wint wit.
Gretig nam ik de aangeboden hand aan!
Had Paul de rust gehad om iets langer in de stelling te verdiepen, dan…?
Tussenstand 4½-2½

Blijkbaar geldt de slogan: Roken maakt meer kapot dan je lief is.
Tenslotte rest nog de avonturen op bord 1. Dit was het debuut van Ornett Stork (1,w) die het mocht opnemen tegen de sterkste speler van Alphen aan den Rijn en omstreken: Dinard van der Laan. Hieronder de bijdrage van Ornett.
Mijn input voor het verslag: Mijn partij was vechtschaak van de bovenste plank. Zeker geen goed schaak maar wel amusant. De openingsfase was nog voor mij omdat mijn tegenstander aanving met te rustige zetten maar ik vind het toch lastig om in Jobava-achtige structuren door te pakken. Vervolgens ging het gelijk op toen ik volkomen onnodig een pion verloor en het normaal niet zo moeilijk moet zijn voor zwart om te winnen. Ik had weinig zin om in mijn eerste potje voor ASV2 te verliezen dus bleef staan en wachtte tot mijn tegenstander de finale klap uit zou delen. Hij speelde iets te veel creatieve torenzetten in plaats van het koel en zakelijk af te maken waardoor ik terug kon komen en er opeens een remise als uitslag was.

Dan nu drie cruciale momenten uit de partij. Zie het diagram hierboven. Ik heb een bijzonder moment uit de partij gekozen.
Ornett heeft zojuist 28.Dg3 gespeeld en Dinard de Degelijke komt nu met de ongelooflijke zet 28…Tb4??
Wat is de pointe van deze zet? Wilde Dinard de partij interessanter maken? Wilde hij demonstreren wat een penning was? Was het blinde vlek in zijn stellingsbeoordeling? In ieder geval is Ornett een tweede kans geboden.

Twee zetten later laat Ornett ook zien dat hij er pap van lust. Dinard heeft zojuist 30…exf5 gespeeld. Met de afwikkeling 31.Dxh7+ Dxh7 32.Txh7 Kxh7 33.cxb4 zou Ornett gelijkspel hebben bereikt. Na het gespeelde 31.Td1? staat zwart weer gewonnen.

De laatste beslissende fout komt van de hand van Dinard. Ornett heeft zojuist 54.Te8 gespeeld en zwart komt op het lumineuze idee om 54…Df7 te spelen.
Na 55.Te6! Tc5 56.Dd8 werd de vredespijp snel gerookt.
Na 54…Dh4 zou Dinard winnend (winbaar) voordeel hebben.

De einduitslag werd hierdoor 5-3 voor A.S.C. Had er voor ASV-2 meer in gezeten? Wellicht ja. Was de zege voor A.S.C verdiend? Zeer zeker.

Natuurlijk werd de match diezelfde avond nog geëvalueerd en wel in Restaurant Yumei. Vanwege de aanwezigheid van slechts twee pitten voor de wok, was de wachttijd iets langer dan gepland. Dit gaf ons echter de tijd om na te gaan wat er goed ging en wat er verbeterd kan worden in de match. Was het gerecht van Peter (Hot Hot Hot) of de opening die hij speelde? In het restaurant stond hem het huilen na der dan het lachen.
Het belangrijkste was het feit dat we enthousiast vooruitkijken naar de rest van het seizoen.
De terugreis liep zonder ongemakken en we staan klaar voor de wedstrijd in Putten.
Verslag: Tom Bus
